MIJN VLUCHT UIT HET KAMP.


Op die bepaalde morgen treuzelde ik met het zoeken van mijn drinkbeker, die we altijd bij ons moesten hebben in de eetzaal.
En misschien merkten mijn vrienden iets. In de plaats pakte ik een tasje met brieven en wat toiletartikelen...de onderofficieren schreeuwden en vloekten, dat allen voor de afmarsch naar de eetzaal voor de barack in de houding moesten gaan staan. Daarna werd er "afmarsch"geschreeuwd en daar gingen ze. Daarna nog enkele harde schreeuwen en commando's uit de eetzaal,nog wat gebruis...

Zou iemand onze kamer controleren? Dat gebeurde vaak en dan werden onze dingen, zoals kleren en beddekleren over de balken gegooid als wij ze eerst allemaal netjes op hun plaats hadden gelegd. Gewoon om ons te pesten!
Niemand kwam,nu zou het gebeuren. 2 m. hoog prikkeldraad, dat is niet zo moeilijk te overwinnen,als je verlangt naar de vrijheid. In het bos was het erg rustig, geen Duitsers te zien of te horen,net of het zo moest zijn... Ik rende en rende, voor de zekerheid voorbij het Trapistenklooster, waarvan we eten hadden gebedeld en gekregen, toen we daar in de buurt een vijver moesten graven en kruiwagens vol natte modder boven op een heuvel moesten storten. Zeker zou ik door de monikken geholpen worden, als het nodig was. Maar ik rende verder naar de stad Tilburg en plotseling stond ik op het perron van het spoorstation.

Geld voor een biljet had ik niet, ik was van plan om te wachten tot het donker werd en te proberen achter op een goederenwagen naar het N. des lands te vluchten. Ik was vast overtuigd, dat het zou lukken. Bang was ik ook niet, ondanks dat ik wist, dat de treinen vaak beschoten werden vanuit de lucht. Niemand keek of zei iets tegen me. Men was gewend aan onze uniformen.

Plotseling zag ik iets, dat mijn hart bijna stil deed staan.2 Officieren van ons kamp kwamen naar mij toe en schreeuwden:"Wat doe jij hier arbeidsman? Naam! Heb je permissie om hier te zijn?" Ik ben op weg naar huis, zei ik. "Identiteitsbewijs", schreeude de ene. "Geboren in Den Haag. Dus je gaat naar Den Haag?"
Hij mocht dat gerust geloven, maar ik woonde daar immers niet. Toen begonnen ze opnieuw te vloeken en te schreeuwen. "Als je niet direct naar het kamp terggaat, dan sturen we de duitse S.S. achter je aan en dan wordt het een enkele reis naar een concentratie-kamp. En nu marsch, marsch!"
Ik deed onze militaire groet en sloeg mijn hakken tegen elkaar, dat het knapte over het hele perron en verdween...zo vlug ik kon lopen.
Ze deden het stomste wat ze konden doen, toen ze mij niet volgden. Nu was ik weer vrij, maar wat nu?

Weg,. vlug uit deze stad, naar buiten, naar de bossen, naar een boederij in het hooi, zo ging het door mijn hoofd. Op eens bevond ik me in het centrum van Tilburg. De Heuvel heette dat, dat hoorde ik later..

"Hallo arbeidsman, wacht eens. Hoe is het met jullie? Wat heb ik gehoord, wil men jullie naar Duitsland deporteren? Of ben je vrij van het kamp in Hilvarenbeek?"
Zonder na te denken, dat deze vriendelijke meneer een spion of een Gestapo-agent kon zijn, vertelde ik van mijn vlucht en de arrestatie op het spoorstation.

"Och mensen, hadden ze je al te pakken op het station? En wat denk je nu dan, wat ben je van plan?"

" Geen mens krijgt me nogmaals levend achter 2 m. hoog prikkeldraad, ik ga proberen bij een boer onderdak te krijgen, als onderduiker" zei ik.

"Dat lukt je niet,die willen geen onderduikers, dat hebben zovelen al geleerd."
Opeens stond hij stil en keek om zich heen, net als een kind dat kwaad doet en dat bang is om betrapt te worden. Plotseling stak hij zijn hand in de binnenzak van zijn
colbert en toen dacht ik ineens; is hij toch een Gestapo-agent, die zijn revolver trekt? En mijn hart begon weer feller te slaan....