Mysterieus licht op de kerktoren in Zelhem
Job de Gelder
Stel je eens voor, je zit in de kerktoren, het is koud en donker en je moet door een luikje in de gaten houden of er bommenwerpers aan komen die het dorp willen bombarderen. Dan opeens zie je dat de torenhaan licht begint te geven en dat er bij je collega kleine vlammetjes van de haren afkomen. Dat overkwam Gert Bieleman en Gert Sevink op 17 januari 1941 in Zelhem. Ze waren lid van de gemeentelijke Luchtbeschermingsdienst en belast met het opsporen en alarmeren van de bevolking. Bij dreigend gevaar lieten zij het luchtalarm afgaan.
‘s Avonds van kwart over negen tot tien uur zagen zij tijdens een hevige sneeuwbui dat het haantje van de toren licht uitstraalde. Het meeste licht scheen te komen van de hoogste punten alsof het vlammetjes waren. Hetzelfde verschijnsel deed zich voor op hun haren en hun pet. Het verschijnsel ging gepaard met een sissend geluid alsof er druppels op een gloeiende plaat vielen.
Mensen die zich op de grond bevonden zagen er niets van. Om halftien zagen Gert en Gert, maar ook de mensen op de begane grond, een fel licht alsof er een aanhoudende bliksemstraal scheen.
De beiden Gerten maakten van dit verschijnsel een rapport op voor het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst. Het was natuurlijk het gesprek van de dag. Toen burgemeester Rijpstra dit hoorde heeft hij het rapport opgestuurd naar het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut in De Bilt. Binnen een week kreeg hij bericht terug. Ook bij het weerstation in De Bilt was het verschijnsel waargenomen op de windvanen en windsnelheidsmeters. De verklaring was dat er tijdens de sneeuwbui elektrische ontladingen zijn geweest. Op enkele plaatsen in Nederland kwam onweer voor. Zelhem was niet de enige plaats waar het verschijnsel werd waargenomen. Behalve in De Bilt kwam er ook een melding uit Eindhoven.
Het verschijnsel dat Gert Bieleman en Gert Sevink waarnamen staat bekend als het Sint Elmusvuur. Dit treedt soms op tijdens zwaar onweer en manifesteert zich als pluimvormige ontladingen rond hoge, scherpe voorwerpen zoals zendmasten, antennes, torens en scheepsmasten. Hoewel het een uitermate griezelig effect geeft is het niet gevaarlijk. Of er die nacht ook nog vliegtuigen zijn waargenomen vermeldt het rapport niet.
Ook Shakespeare liet zich al inspireren door het Sint Elmusvuur. In The Tempest vertelt de fee Ariel hoe ze de spot drijft met zeelieden:
I boarded the Kings' ship; now in the beak, Now in the waist, the deck, in every cabin, I flamed amazement; sometime I'd divide And burn in many places; on the topmast The yards and bowsprit, would I flame distinctly Then meet and join.
En de dichter Henry Wadsworth Longfellow schreef in The Golden Legend:
Last night I saw St. Elmo's starsWith their glittering lanterns all at play.On the tops of masts and the tips of spars.And knew we should have foul weather today.