Landschapstypen


landschaptypen
We kunnen in het gebied rondom Zelhem 6 verschillende landschapstypen onderscheiden. De VVV heeft een aantal jaren geleden een route met bijbehorend boekwerkje ontwikkeld. In het buitengebied kunt u op aangegeven uitzichtspunten het typerende van deze landschappen ervaren. Deze plaatsen zijn gekenmerkt door bordjes.
landschaptypen




1. Het escomplex-landschap ligt in de directe omgeving van de kern van Zelhem en heeft een bolle ligging. Het is een grootschalig, open landschap met alleenstaande bosschages en bomen als kavelbegrenzing.
landschaptypen

2. Iets verder van de dorpskern verwijderd is het kleinschalig kampenlandschap met kleinere open ruimten, houtwallen, singel- en wegbeplanting, kavelbegrenzing, erfbeplanting en meer bosschages. (Meuhoek, Heidenhoek, Wassinkbrink en Winkelshoek).

3. Het beekdal-begeleidingslandschap in de Wittebrink kent langgerekte kavels met afwateringssloten loodrecht op de beek. Er zijn kavelgrens-beplantingen en verspreid liggende bosschages. Het is het land van de populier, wilg en els. Wie van Zelhem richting Doetinchem of Hummelo gaat kan deze genoemde drie landschapstypen duidelijk herkennen.


Kikker
4. De landgoederen-verbindingszone zijn de ecologische verbindingswegen tussen de 3 eerder genoemde kerngebieden die verbreiding, verplaatsing en uitwisseling van flora en fauna mogelijk maken. Er zijn 3 natte verbindingszones. De eerste van de Slangenburg naar de Kruisbergse bossen via de Benedenslinge (Zumpe), Zelhemse Beek een de Wittebrinkse Beek. Een tweede verbinding wordt gevormd door de Halse-Heidenhoekse Vloed, die in ’t Broek uitkomt in de Zelhemse Beek. Kenmerkend voor dit stuk natuur is de aanwezigheid van de kamsalamander. Maar ook kleine zoogdieren en vlinders leven in het vochtige schraalgrasland, de dras-bermen, ruigtes, struwelen en kleine bosschages. De derde natte verbinding is de Veengoot ten noorden van Halle, die de grens vormt met de gemeente Berkelland (Ruurlo). Ook hier is beekbegeleidende begroeiing. Er zijn zogenaamde retentie-vijvers aangelegd; dat zijn waterreservoirs voor drogere tijden. Kenmerkend is hier de boomkikker, maar ook hier weer vlinders en kleine zoogdieren.
De enige droge verbinding loopt van de Slangenburg via Obbinkmark en de Baaksche Kamp naar ’t Zand. Deze verbinding wordt gevormd door verspreid liggende bosgebieden of gebiedjes, verbonden via laanbeplanting en/of houtwallen. Typerend is hier het voorkomen van de das naast middelgrote zoogdieren en vlinders.

5. Het vijfde type is de Halse Rug, van de Obbinkmark tot voorbij Halle over de eeuwen oude handelsweg via Aalten naar Bocholt in Duitsland. Het is een dekzandrug die twee meter hoger is dan het verderop gelegen maaiveld. De langgerekte structuur wordt in het open veld versterkt door de evenwijding lopende oude bomen langs de historische wegen; de Pluimersdijk en de Aaltenseweg (vroeger Zomerdijk geheten).

landschaptypen
6. Ten noordoosten van de Halse Rug ligt het jongontginningslandschap (Wolfersveen), het gebied van de weidevogels. Het is een rationele verkaveling in een open landschap met wegplanting, heide en veenresten Rondom boerderijen is zware erfbepaling. De oprichting van de N.V. De ontginning Het Wolfersveen in 1919 markeerde de overgang naar ontginning. De wegen heten in dat gebied vanaf dat moment “dijken”.

Tekst: L.P. Tielrooy Bron: Zelhem1200 Groot Zelhems Jubileumboek