Kerngebieden
2. Tussen Zelhem, Ruurlo en Hengelo ligt het landgoed “t Zand”. Dit gebied is eveneens lichtgolvend door het stuiven van dekzand, afkomstig van de reeds genoemde Rijn-bedding. Op sommige plaatsen is de bodem wat vruchtbaarder en/of natter dan op andere plaatsen, waardoor een grote variatie aan loof- en naaldbomen kon ontstaan. Een gemengd bos kent altijd een rijke insectenwereld en daardoor ook een rijke vogelstand. Er komen ook veel reeen voor. Een zandafgraving midden in het bos is omringd door allerlei soorten wilgen. Een anti-verdrogingsproject in het gebied rondom ’t Klooster, met water dat uit de Veengoot wordt opgepomt, heeft een gunstige invloed op de grondwaterstand in en om het gebied (proefboerderij De Marke).
3. Tussen Zelhem, Doetinchem en Wisch ligt het Landgoed Slangenburg. Het is een laaglandbekengebied (de naam is afgeleid van “Slinge”). Een zandbodem met leem en veen vormen de ondergrond. De meeste bomen staan op rabatten; dat zijn opgeworpen heuveltjes tussen gegraven greppels, restanten van een voormalig drassig gebied. Er is hier duidelijk sprake van een productiebos met eiken, beuken en douglassparren. Door de vele ondergroei, maar ook door de open stukken in het bos is het een ideaal gebied voor reeen en andere kleine zoogdieren. Ook de vos voelt zich er thuis en natuurlijk zijn er alle mogelijkhede zang- en roofvogels.
Het landgoed is bekend om z’n “Sterrebos” en zijn Viestalanen (zichtlanen van wel 2 km. lang). Ook hier is een anti-verdrogingsproject vanuit de Bielheimerbeek, ten gunste van de natuur en ook om de slotgracht van het kasteel gevuld te houden; dat is belangrijk voor de fundering.
Tekst: L.P. Tielrooy Bron: Zelhem1200 Groot Zelhems Jubileumboek