Broekhuijsen (Johan)
geb. 1911 te Doetinchem
Via het taalgebruik heeft hij o.a. aangetoond, dat het dorp Zelhem op een scheidslijn van de Saksische- en Frankische gebieden ligt.
Ten oosten van Zelhem spreekt men van "hoes" en "breur" en ten westen van Zelhem wordt "huus" en "bruur" gezegd.
Een vergelijkbaar onderscheid is te vinden in de bouwstijlen van boerderijen en woningen.
Hij woonde weliswaar niet hier, maar kwam er graag. In de inleiding van zijn boek geeft hij een opsomming van de Zelhemse schrijvers en schilders en besluit dan met:
"Zoals de doeken der schilders getuigen van Zelhems natuurschoon, zo geven ook de schetsen der dialectschrijvers een beeld van de eenvoud, de gemoedelijke humor en bovenal van de gulheid der dorpelingen. De oude plichten der gastvrijheid zijn hier nog evenzeer traditie als verschillende andere oude gebruiken, die er nog in ere worden gehouden.Maar aan de andere kant leeft men in Zelhem niet uitsluitend bij het verleden, neen, in dit dorp leeft eveneens een bedachtzaam, maar doelbewust streven naar verbetering, vernieuwing en verhoging van het welvaartspeil. Zo vinden we in dit vooruitstrevende boerendorp in de Graafschap een bevolking, die leeft dicht bij de natuur, met een stille eerbied voor het goede en schone van het verleden, met een juis begrip voor het heden, maar tevens met een open oog voor de mogelijkheden der toekomst".