Een foto van de werkgroep na het bekend worden van de
Europese subsidie toekenning.
(dec. 2004)
TRAP staat voor "Toeristisch Recreatief Archeologisch
Project".
Voor het TRAP Zelhem zijn een 2 tal fietsroutes ontwikkeld,
die in boekvorm bij de VVV's in Bronckhorst verkrijgbaar
zijn.
Koningen, kolonisten en een heilige schaakspeler
met die woorden begint het boekje dat hoort
bij het TRAP Zelhem, dat een beschrijving geeft van Zelhem
50.000 jaar geleden tot het heden, de natuur, de mensen die
er woonden en welke cultuur ze ontwikkelden.
Behalve het uitgeven van dit boekje zijn er ook fysiek
een aantal zaken gerealiseerd, die de herinnering aan
voorgaande jaren vastleggen.
Hier onder een paar voorbeelden:
Markebomen
De marke is een eeuwenoude vereniging van
zelfstandige dorpsbewoners die de gemeenschappelijke
eigendommen van het dorp beheert. Het woord marke wordt ook
gebruikt om het gebied mee aan te geven dat bij een dorp
hoort. De marke kwam hoofdzakelijk voor op het platteland
in het oosten van Nederland. In de middeleeuwen ontstonden
in deze gebieden permanente nederzettingen,
de buurtschappen. Het gaat dan veelal om brinkdorpen,
bestaande uit een aantal boerderijen, gegroepeerd rondom
een gezamenlijke ontmoetinsplek (de brink). Ook b.v. de
"Wassinkbrink" en "Wittebrink" hebben een zelfde
achtergrond. Elke buurtschap had een afgebakend grondgebied
ter beschikking, de marke (letterlijk: grens). De marke was
als onverdeeld grondgebied in gezamenlijk eigendom van
zelfstandige dorpsbewoners, die er elk een vastgesteld
aandeel in hadden. Dit aandeel wordt "waardeel" genoemd. De
hoeveelheid waardelen die iemand bezat, bepaalde hoeveel
macht hij had in de boermarke en daarmee in de buurtschap.
De grens van de afgebakende marke werd gemarkeerd met een
markeboom. In de voormalige gemeente Zelhem kwamen drie
marken voor: de Halse Marke, De Dunsborger Hattemer Marke
en de Zelhemmer Hattemer Marke. Vanuit dit project is
duidelijk geworden waar markebomen gestaan hebben en deze
zijn op de oorspronkelijke locatie herplant.
Muldersfluite
Sinds 1559 mochten de bewoners van de
markegronden 't Gooy en Dunsborg plaggen steken op
voorwaarde dat ze jaarlijks op Hemelvaartsdag roggebrood
leverden van minstens 22 pond, bestemd voor de armen in de
gemeente. De broodweging vond plaats bij boerderij
Muldersfluite.
Degene die het zwaarste brood leverde, vaak meer dan
100 pond, kreeg 2 flessen wijn. Woog het brood minder dan
22 pond, dan moest men 6 stuivers boete betalen. Vanaf 1772
werd het leveren van roggebrood gestraft met een dubbele
levering in het volgende jaar. Sinds 1807 werd bepaald dat
de markerichters het brood moesten verdelen onder de armen.
Na de ontbinding van de marken besloot men om als een
blijvende herinnering de traditionele broodlevering
Muldersfluite in ere te houden. De Muldersfluite is een
onderdel van de TRAP route en staat nog altijd met
Hemelsvaart in de belangstelling, Daarom wordt het erf van
de Muldersfluite in het kader van dit project op een
landschappelijke en cultuur-historische verantwoorde manier
aangepast. De eigenaar knapt deze boerderij de komende
jaren zelf op.
Andere voorbeelden van opnieuw "tastbare" geschiedenis,
zijn de reconstructie van het Ludgerkerkje, het
herinneringsmonument bij "de Pol", het infopaneel aan de
Barinkweg over de functie van "liekwegen" en nog tal van
andere objecten.