Om de toekomst te kennen ..........,
moeten we het verleden begrijpen.


Zelhem
Ondanks het feit, dat het dorp eeuwenlang aan oude handelswegen naar de Hansesteden Doesburg en Zutphen lag, heeft het dorp Zelhem zich tot 1900 niet verder weten te ontwikkelen dan een handjevol boerderijen langs deze wegen en rondom de kerk
Deze website maakt een korte reis door de Zelhemse geschiedenis, niet uit nostalgie, maar uit historisch besef.
Welkomsbord kern Zelhem

Hessenkeerl's
Vanuit Duitsland waren via Bocholt kooplui op weg naar de Hanse steden Doesburg en Zutphen. Vanaf daar lag de grote wereld open en was er afzet voor de koopwaar uit o.a. Hessen. Van deze handelswegen hebben de Zelhemmers onvoldoende kunnen profiteren. Wanneer in het dorp herberg "het Roode Hert" werd aangedaan was er voor de Zelhemmers gelegenheid om wat aardewerk enz. in te kopen. De enige die er, behalve de Hessenkeerl's een winsituatie uit kon halen was de herbergier. Dit kreeg dan ook enige navolging maar heeft zich niet verder ontwikkeld. In een aantal boerderijen was er op beperkte schaal ook wel de gelegenheid iets te eten of te drinken. Een tweede herberg "het Witte Paard" kwam wat later en stond midden op de huidige Ruurloseweg, die toen nog niet aangelegd was.
zandweg omgeving Zelhem

Hessenwegen
In Bocholt voert de "Alte Aaltener Strasse" via de groene grens naar de "Romienendiek" onder de gemeente Aalten. Deze weg vervolgt zich via een eeuwen oude herberg "de Radstake" richting noorden. Voor Halle splitst deze weg zich in de Landstraat en de Aaltenseweg. De meest westelijke Landstraat gaat via de Landweer bij boerderij / herberg Rozengaar over in de Pluimersdijk. De oostelijke Aaltenseweg loopt door het meest onherbergzame gebied en heet dan ook op oude kaarten "Zoomerweg" om aan te geven dat wanneer de "R" in de maand is, deze weg niet of nauwelijks te gebruiken was. Deze Aaltenseweg gaat via de oude herberg "de Quatre Bras" regelrecht naar Hengelo. Om enigzins van de Hessenkeerl's te kunnen profiteren zouden ze eigenlijk het dorp Zelhem moeten aandoen. Ten westen van de Halse Enk liep de Pluimersdijk. De weg die nu midden over deze enk loopt was er nog niet. De oude boerderijen aan de Pluimersdijk staan vaak zo'n 50 tot 100 meter van de weg af, zodat met kon zien welke "gespuis" het erf op wilde lopen. Ongeveer 1 km. voor Zelhem, splitst zich de Bocholtseweg af, die via de Halseweg, het "Pelikaonsbos" en de voormalige boerderij "Kerckwijk" door de Koestraat (huidige Burg. Rijpstrastraat) op het dorpsplein uitkomt.
De Pluimersdijk is de westelijke toegangsweg, die via boerderij "Smedekinc" (thans erfgoedmuseum) en de "Zilverberg" langs de oude Veewaag, door de Roepenstraote (huidige Stationsstraat) bij "het Roode Hert" op het dorpsplein uitkomt.

Na 1900
De eerste verharde weg was eeen grintweg naar de Wittebrink (richting Doesburg). Verder waren er slechts onverharde zandwegen naar Doetinchem, Hengelo, Halle en Ruurlo. Deze wegen waren vaak onvoorstelbaar slecht dwars door voornamelijk onontgonnen gebieden. In 1822 bestond het Zelhems grondgebied nog voor 57% uit heide. Ontginnen van deze grote schrale heidevelden had weinig zin, want de mest om de grond vruchtbaar te maken was er niet. Pas toen begin twintigste eeuw de kunstmest in opgang kwam, werd er op grote schaal begonnen met ontginningen en het verharden van verbindings wegen. In dezelfde periode is ook de spoorlijn Doetinchem - Ruurlo aangelegd met een heus station in Zelhem.
Deze jarenlange isolatie heeft voor J. Broekhuijsen in 1950 interessant materiaal opgeleverd bij zijn studie over de in Zelhem voorkomende dialecten.
Dit onderzoek (en vooral richting Ruurlo) laat nl. zien, dat het oostelijk deel van de gemeente (Wolfersveen, Halle-Heide) een meer Saksische inslag heeft, hier spreekt met van " hoes" en "breur". In tegenstelling tot het westelijk deel van Zelhem waar het meer Frankische "huus" en "bruur" gebruikt om "huis" en "broer" aan te duiden. Een zelfde invloed is waar te nemen in de architectuur. Boerderijen met dwarshuisen vindt men voornamelijk aan westelijk kant van Zelhem en het Saksische type (met windveren tot bijna op de grond) in het oostelijk deel. Alhoewel door de intensieve bouw in het buitengebied van de afgelopen jaren dit onderscheid niet meer in een scherpe lijn op te delen is.
Dus deze natuurlijke bariere tussen Zelhem en Ruurlo heeft ook daadwerkelijk invloed gehad op de cultuur van de Zelhemmers.

Meer informatie over de geschiedenis van Zelhem (ook voor stamboom onderzoek) is te vinden op: www.oudzelhem.nl

Fred Wolsink

Bron: Wikipedia