Papklok


Elke avond om 9 uur luidt in het dorp Zelhem de zgn. papklok.
Waar komt dit gebruik weg?


ACHTERHOEKSE PAPKLOK BERUST OP LEGENDE VAN REDDING DOOR KERSTKLOKKEN.
De papklok zo heet in de volksmond het luiden van de kerkklok elke avond om negen uur.
In vele dorpen van onze Achterhoek, maar vooral in de grensstreek, een diep ingeworteld gebruik.
We denken aan de dorpen, Aalten, Dinxperlo,Gendringen, Varsseveld en Zelhem.
Lambertkerk_Zelhem

Naar de volksmond wil, diende de klok in vroeger tijden om de bevolking van het dorp, en het omliggende buitengebied te waarschuwen, dat het tegen bedtijd liep, en dat het tijd werd dat de pap op tafel kwam. De tijden veranderen,maar de papklok bleef prompt om negen uur zijn bronzen klanken strooien,al heeft ook hier de automaat zijn intrede gedaan. Niet meer zo als vroeger hoeft de klokkenluier elke avond het touw te trekken,het luiden gaat nu elektrisch,en doet de tijdklok zijn werk. Niemand weet meer wanneer de het gebruik van de papklok is ontstaan... en ook niet hoe of het is ontstaan… of toch…? Er is een legende die aan de klokkenluiden ten grondslag ligt. Een Kerstlegende , en in een legende schuilt en ligt altijd een grond van waarheid.
Het is een legende van een jongeman, die in het verre Rusland moest dienen,in het leger van Napoleon in 1814. Een kleine 190 jaar geleden dus.

PAPKLOKKE……

1 Weet gij,waarom des avonds
als ’t klokje negen slaat,
nog eens een extra luiden
over ons dorpje gaat?
Het werd tot een gewoonte
maar ‘t heeft een diepere zin;
Het is gegrond op liefde,
en edele mensenmin.

2 In lang vervlogen tijden
woonde aan de toren voet,
een brave klokkenluider
met een blij,en vroom gemoed.
Hij was steeds weltevreden
hij deed zijn werk getrouw
hij lei zijn hart in ’t luiden
Bij ’t trekken van het touw.

3 Wanneer en paar ging trouwen,
dan trok hij blij te moe
hij riep hun met die klanken,
een gelukkig huwelijk toe,
Werd dan een tijdje later
gedoopt een kleine spruit
dan riepen klokkentonen
zijn blijde heilwens uit.

4 Maar trok er langs de wegen
een stille zwarte stoet
met somber plechtig luiden
bracht hij een laatste groet.
Maar klonken angstig dreigend
hun stemmen over ’t land
dan werd ons dorp geteisterd
door watersnood of brand.

5 Maar vroom en ernstig klonken
hun klanken in het rond
als daar een blijde boodschap
der volken werd verkond:
“Een kind is ons geboren
in Bethlems arme stal
die aan het mensen harte
de vrede brengen zal”.

6 En als de klokkenluider
zijn taak dan had volbracht,
betrad hij zijne woning,
waar vrouw en kind hem wacht.
Aan zijne blonde jongen
deed hij een schoon verhaal
van ’t kindje in de kribbe
in éénvouwdige boerentaal..

7 Ook liefde voor de klokken
bracht hij het knaapje bij:
“Zij zullen tot je spreken
in iedere levenstij.
en later, als je groot bent
en ik als oude man
luid jij dan die trouwe klokken
en vader luistert dan”.

8 “En vader ,als ik groot ben
en trekken mag aan ’t touw
wordt buurmans kleine Grietje
mijn eigen lieve vrouw”.
De beide ouders lachten
om dwaze kinderpraat
maar dachten in hun harte:
“Het lijkt nog niet zo kwaad”.

9 De jaren snelden henen
geen die ze tegen houden kan
er groeide uit ’t kleine knaapje
een wonderschone man.
En ’t hart van menig meiske
Sloeg met een snelle slag
wanneer zij op haar wegen
den blonde Willem zag.

10 En ook des buurmans Grietje
een lief aanvallig kind
zij was haar knappe buurman
van harte welgezind.
En als de avond daalde
en ’t werk was afgedaan
ving over ’t lage muurtje
een gezellig praatje aan.

11 Waar zij wel over spraken?
Die Willem en zijn Griet?
Ik kan ’t u niet vertellen
want luisteren past toch niet.
Wel werd er dra gesproken
dat wordt een huwelijkspaar
zij stappen in het bootje
zo tegen ’t volgend jaar.

12 In tussen,een wrede mare
verstoorde vree en vreugd
Napoleon riep ten oorlog
de bloem van Neerlands jeugd.
En ook ons dorp nam hij
de beste zonen af
velen vonden in den vreemde
een eenzaam krijgersgraf.

13 Ook Willem kreeg zo’n oproep
hij wist wat dat beduidt
hij omhelsde vader,moeder
en nam afscheid van zijn bruid:
“Wees moedig” was zijn troostwoord:
“Wij zijn in ’s Heren hand
en in Zijne trouwe hoede
in ’t verre vreemde land”.

14 Die verre krijg beschrijven
is niet het doel van ’t lied
het werd een hel op aarde
van lijden en verdriet.
Velen stierven van ellende
van kou en hongersnood
velen zuchten in de kampen
verlangend naar de dood.

15 Ook Willem was gevangen
en werkte in slavernij
toch hield een hoop hem staande
och, eenmaal kom ik vrij.
Maar scherp was de bewaking
hij wachtte jaar op jaar
en eindelijk op een avond…
zag hij zijn kansen klaar.

16 Wist met een list ’t ontvluchten
hij spoedde snel zich voort
hij heeft toch van de zijnen
in jaren niets gehoord.
Wenste vleug’len aan zijn voeten
de weg was zo lang…..zo lang
vindt hij hen nog in leven?
’t Werd hem zo bang, zo bang.

17 In ‘t zo geliefde dorpje
in ’t klokkenluidershuis
men waande hem verloren
en bad om kracht bij kruis.
En Griet, vol stil verlangen
ach, liefde twijfelt niet
zij zag vaak in haar dromen
haar lief die haar verliet.

18 En op en Kerstmisavond,
als helpster in de nood
ging zij naar buurmans huisje
waar zij haar hulpe bood.
Het weer was koud en grimmig
de oudjes waren krank
deez’ blijde dagen hadden
voor hen een droeve klank.

19 “Ach buurman blijf maar binnen”.
sprak: Het lieve meisje trouw
“Ik doe uw werk vanavond
ik trek het klokkentouw”.
Zij ging en bij het luiden
vergat ze uur en tijd
zij bleef maar luiden, luiden….
door Hooger Macht geleid.

20 Die zelfde dag had Willem
van ver zijn dorp gezien
hij zou het vlug bereiken
ging hij door ’t bos misschien?
Nog voor het duister
was hij al veilig thuis
en vierde Kerstmisavond
in ’t dierbaar oudershuis.

21 Toch viel de tocht hem tegen
de duisternis kwam snel
de wolken,donker,dreigend,
hadden weinig goeds in ’t zin.
Dra stond een wilde sneeuwjacht
het laatste licht verdween
de wind snerpte onmeedogend
door zijn dunne kleren heen.

22 Maar ’t kan hen nog niet deren
vergeten was zijn smart
hij drukte in gedachten
de zijnen aan zijn hart.
Maar…..de sneeuw maakte alles eender
en….hoe hij de weg ook wist
toch op die donk’re viersprong
daar heeft hij zich vergist.

23 Hij sloeg ’t verkeerde pad in
zocht uren,…uren lang
en op het allerlaatste
werd alles hem zo bang.
Maar neen, ik mag niet gaan zitten
dat wordt gewis mij dood
dus lopen maar, och Here
geef uitkomst nu in deze nood.

24 De koude scherpe sneeuwjacht
heeft hem geheel verblind
hij werd totaal verslagen
als hij ’t juiste pad niet vindt.
....’k moet nu even rusten
‘k ben zo moe, zo moe
en ‘k sluit, o slechts vijf minuten,
mijn brandende ogen toe.

25 Hij zette zich op een boomstam
en slaakt en diepe zucht.
toen kwamen wond’re dromen
tot hen met zacht gerucht.
Hij zag een kleine kamer
met dingen welbekend
zijn lieve Moeder noemt hem
haar eigen lieve vent

26 Zovele, vele beelden
uit zijn blije jeugd
hij zag het alles weder
wat hem het hart verheugd.
Waar vond hij ooit ter wereld
een klank, zo wonderschoon?
Als van zijn oude toren
Die held’re klokkentoon.

27 Hij spant zich in en luistert
opeens…..een kreet….een snik
ontwaakt,ontwaakt, wat hoort hij
op ’t eigen ogenblik?
Neen, ‘t is geen droom, ze zijn het
het is hun eigen held’re klank
de Vader die hem redde
bracht hij stamelend zijn dank.

28 De klokken blijven luiden
op hun klank spoed hij zich voort
zijn moeheid was vergeten
geen sneeuwjacht meer die stoort.
Zijn dierb’re klokken riepen
met dringend, helder luid gebom
tot hun zoon, die was verloren
kom thuis,moede zwerver,kom!

29 Nu kan het niet meer missen
dra komt het dorp in zicht
hij zag…. hoe kan hij danken?
Het eerste vriend’lijk licht
hij snelde naar de toren
en snikt zijn blijdschap uit
want ’t meisje dat daar luide…
’t was Griet, zijn eigen bruid

30 De klokkentonen staakten
hun taak was nu volbracht
er volgde voor het viertal
een wond’re Heil’ge Kerstmisnacht.
De vreugde, die er heerste
was onbeschrijf’lijk groot
toen men het doodgewaande kind
in ouderarmen sloot

31 En op deez’ wondre redding
volgde een goed en wijs besluit:
“VOORTAAN OM NEGEN URE
WORDT IN ZELHEM DE PAPKLOK GELUID!!!!


Gevonden in een oude krant uit 1983
Uit de verzameling van
M.Vriezen – Schuurman
Fortstraat 8a
Halle